‘Het contact met de GGD is goed en intensief’

0
1889

In juni 2008 werd Joan de Zwart, burgemeester van Blaricum, geïnstalleerd als lid van het DB van het Gewest Gooi & Vechtstreek, verantwoordelijk voor GGD, GHOR en RAV en daarmee voorzitter van Portefeuillehoudersoverleg Gezondheidszorg. De afgelopen jaren waren zeker niet de makkelijkste jaren in de openbare gezondheidszorg met name door de grote en belangrijke bezuinigingsopgaven waar men zich voor gesteld zag. Ook de rol van de GGD is veranderd van aanbodgericht naar vraaggerichte kennisondersteuning en uitvoering. Hoewel regionaal georganiseerd, is de GGD de uitvoerende organisatie van het lokale (gemeentelijke) gezondheidsbeleid. De relatie met de gemeente is immers de basis voor het bestaan van elke GGD.

Voor Joan de Zwart is de samenwerking met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst vanzelfsprekend. ‘Je zou kunnen zeggen dat we vergroeid zijn met elkaar in de afgelopen vier jaar. Ik zie de GGD niet los van mij, maar als een vast en belangrijk onderdeel van mijn werkzaamheden. De contacten met Ans en de verschillende MT-leden zijn heel intensief en we weten elkaar zo nodig overal te vinden.’

Veranderende rol
Hoe staat Joan de Zwart tegenover de veranderende rol van de GGD? ‘Door de decentralisaties krijgen gemeenten er zorgtaken bij die ook consequenties voor de GGD’en zullen hebben, maar in de basis is er naar mijn mening niet veel veranderd. De GGD blijft een belangrijke spin in het web. Regionale samenwerking tussen gemeenten en het gezamenlijk in stand houden van een GGD is wenselijk en logisch, omdat de uitvoering van publieke gezondheidszorg ook de inzet vraagt van diverse professionals. En die specialisten vind je binnen de GGD. Daarom is samenwerking en verbinding zo belangrijk. Wat daarnaast soms wordt vergeten is dat de GGD van de gemeenten is. Het is geen externe partij. De kracht van gemeenten én GGD’en op het terrein van publieke gezondheid ligt vooral op het inspelen op lokale behoeften.
Als  gemeente wil je kosten besparen. Daarom wordt preventie steeds belangrijker en leggen gemeenten daar steeds meer de focus op. Om met een cliché te spreken: voorkomen is beter dan genezen. Daarnaast speelt het sociale aspect uiteraard ook een rol. Je wil dat je burgers gelukkig en gezond zijn. Hoe kunnen we gezamenlijk voorkomen dat bijvoorbeeld kinderen te dik worden, dat ze beginnen met roken, dat er (te jong) overmatig wordt gedronken of dat ouderen vereenzamen. Het zijn belangrijke aandachtspunten. Daarin vormt de GGD een belangrijke partner. Niet alleen vanwege de kennis en ervaring maar ook door haar netwerk. De GGD kent de wijk, de doelgroepen en de instanties. Gemeenten kunnen daar hun voordeel mee doen.’

Participatie
In de relatie tussen overheid en burgers wordt er steeds meer gesproken over eigen verantwoordelijkheid. Maar waar eindigt de verantwoordelijkheid van de overheid (de gemeente in dit geval) en waar begint die van de burger en vice versa. ‘We zitten in de transitie van een verzorgingsmaatschappij naar een participatiemaatschappij. Dat is niet per se slecht. Als maatschappij moeten we oog en zorg voor elkaar hebben. Maar niet iedereen heeft een vangnet of een achterban, niet iedereen kan zorg geven en ontvangen op deze manier. We moeten ervoor zorgen dat er geen mensen tussen de wal en het schip vallen. 10% -15% van de inwoners redt het nauwelijks of niet. Voor deze mensen moeten er voorzieningen blijven.
Een van de uitgangspunten bij alle decentralisaties in onze regio is één gezin, één plan, één regisseur. Het is goed dat gemeenten zelf aan het roer staan en daar vorm aan geven. Omdat de meeste voorzieningen voor gezinnen en jongeren straks onder de gemeente vallen, kunnen de verschillende vormen van zorg, hulpverlening en andere voorzieningen beter op elkaar afgestemd worden en ook dichter in de buurt van de betrokkenen worden aangeboden, dat is de achterliggende gedachte van de transitie. Gemeenten staan als eerste overheid dicht bij de burger. Zij zijn dan ook als geen ander in staat die veranderingen in het sociale domein vorm te geven. Het lokale maatwerk start vooraf en in beleid en uitvoering blijft de GGD belangrijk als ketenpartner.  De komende twee jaar zullen wat betreft de nieuwe rol van de GGD binnen het sociaal domein heel spannend worden.’

Ontwikkelingen
‘Wat dat betreft is er veel veranderd sinds Ans Engelsman begon als directeur van de GGD Gooi & Vechtstreek. De ontwikkelingen die zij de afgelopen tijd heeft meegemaakt zijn gigantisch. Wellicht hebben de veranderingen ook anders uitgepakt dan de toekomst zoals zij die destijds voor ogen had. Ik vind het bewonderenswaardig hoe soepel en flexibel zij daarin meebeweegt en met vertrouwen naar die toekomst blijft kijken. Ze heeft het de afgelopen jaren zeker niet gemakkelijk gehad met de koerswijziging en bezuiniging op bezuiniging.
Als iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het wel en wee van onze inwoners, was het soms confronterend voor haar om de kanteling van de verzorgingsmaatschappij naar participatiemaatschappij vorm te geven binnen de GGD-organisatie.’

Samenwerking
‘De samenwerking met Ans is vanaf het begin, net als met mijn voorganger Don Bijl goed en intensief geweest. Ze is een warme persoonlijkheid en altijd erg betrokken bij haar werk en haar medewerkers. Daarnaast heeft ze de gave om mensen met elkaar te verbinden.  De GGD Gooi en Vechtstreek is toch haar ‘kindje’ als ik het zo mag zeggen, en ik kan me voorstellen dat ze het stiekem ook best moeilijk vindt om dat los te laten.’

©Mariël van den Donk
(Gepubliceerd in Uit Voorzorg, Nieuwsbrief GGD Gooi- En Vechtstreek)

DELEN
Vorig artikelEen land waar iedereen wil wonen
Volgend artikelArm in een rijk land

Joost verbindt in zijn profiel de vier O’s
– Ondernemer
– Onderwijs
– Onderzoek
– Overheid

Ervaring:
Joost heeft veel ervaring in publiek-private setting. Hij verbindt innovatie en onderzoek in bedrijven met vernieuwing in onderwijs en opleiding. Zijn belangstelling gaat uit naar twee onderwerpen: ‘Organizational alignment’, werkt een organisatie van visie tot uitvoering aan dezelfde resultaten. Het tweede onderwerp is hier nauw aan verbonden: ‘performance management’ krijgen mensen de ruimte om het beste uit zichzelf te halen voor de organisatie en de klant.

Doel:
Alles leren en weten wat er te leren en te weten is over besturing van organisaties.

Persoonlijkheid:
Joost is resultaatgericht, een professionele doener, hij gaat voor resultaten en een goed rendement. Door zijn focus op de behoefte van de klant verbindt hij zich met alle stakeholders om te komen tot de beste win-win. Joost doet zijn werk met gevoel voor humor en ruimte voor ontspanning en werkplezier.

Specialiteiten:
– Helicopter view
– Visie/missie, onderzoek naar bestaansrecht en levensvatbaarheid.
– Strategievorming en planning met als doel organizational alignment.
– Performance management, het gebruik van kennismanagement en HRM in werkprocessen.
– Organisatieverandering, door innovatie nieuwe technologie naar binnen halen.
– Systematisch, creatief en flexibel te werk gaan

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here