Blog

Van Chaos naar orde

Het afgelopen jaar heeft ACE Productions hard gewerkt aan een nieuwe serie producten en diensten onder de merknaam ‘De Dromenblazer’. De Dromenblazer is een strategische en persoonlijke business coach. Een droom tot realiteit brengen vraagt aandacht, energie en tijd. Vaak lukt dat niet in je eentje. Iedere droom blijft een droom als je er niets mee doet. Dromen is niet zonder risico. Wie zijn dromen waar wil maken moet in actie komen. Een droom komt al dichterbij als je hem met anderen deelt. En even nadenken voor je iets doet helpt ook.

Dromen, delen, denken en doen zijn belangrijke samenhangende activiteiten waarmee je je dromen kunt verwezenlijken. Of het nu gaat om een nieuwe onderneming of een nieuwe uitdaging, ACE Productions staat u graag terzijde. We treden u ‘hands on’ tegemoet. In onze gereedschapskist zitten onder andere Stamtafels, Inspiratiewandelingen, Leerwerktheaters. Onze kracht is het beste uit u en uw organisatie naar boven halen. Mensen leren door kijken, voelen, ruiken, proeven, luisteren, voordoen en nadoen. Wij laten u uw eigen ideeën en hypothesen ontwikkelen die passen bij de obstakels waar uzelf of uw organisatie mee worstelt.

U gaat de deur uit met een frisse nieuwe kijk op uzelf en op uw organisatie, een aantal belangrijke nieuwe acties, projecten of business cases en/of een sterker en beter team. We werken systematisch en creatief. Wij zorgen voor het proces en de structuur, die uw denken versnelt en waarmee u de obstakels omzeilt of doorbreekt. Als u dat wenst, werken we voor u uit op papier in een business plan of een projectplan in combinatie met meer persoonlijke ontwikkelingsplannen, en/of in een krachtige korte presentatie.

Foto gebouw Mundus college

Sinds januari van dit jaar is het VMBO van Mundus College in Amsterdam West onze opdrachtgever. ACE Productions ontwikkelt samen met Mundus leermateriaal voor de nieuwe keuzevakken in het VMBO. Mundus heeft gekozen om de keuzevakken samen met het bedrijfsleven in de vorm van projectonderwijs uit te werken.

Mundus gebouw

Per jaar doen de leerlingen in VMBO 3 en 4 twee keuzevakken naast hun profieldeel en de AVO vakken. In de keuzevakken wordt een link gelegd naar loopbaanoriëntatie en mogelijke vervolgopleidingen in het MBO. Leerlingen doen een bliksemstage en bezoeken de vervolgopleiding in het ROC die aansluit bij het keuzevak. Ieder dagdeel leren leerlingen kennis, houding en vaardigheden die horen bij de beroepspraktijk in het keuzevak. ACE Productions levert in samenwerking met Nextdoor Design per keuzevak een strak vormgegeven leerlingwijzer.

0 5022

Als je eenmaal in Cuba bent geweest, blijf je altijd een beetje heimwee houden. Naar de lachende mensen, de prachtige natuur, de authentieke cultuur en de muziek die vanaf elke straathoek klinkt. Het is een land van tegenstellingen, want als je even achter die prachtige façade kijkt, zie je ook een hoop armoede…

Als je voet zet in Cuba, word je vijftig jaar teruggeworpen in de tijd. Automerken die in Nederland al tientallen jaren niet meer rondrijden vind je hier in overvloed. Op de autowegen zie je naast deze old timers ook paard en wagen, oude motorfietsen (met zijspan) of tweewielers die de naam fiets nauwelijks mogen dragen. Het tempo is relaxt. Dat moet ook wel, want een goed werkend openbaar vervoersysteem is er niet en je van A naar B verplaatsen is, zonder auto of ander vervoermiddel, altijd weer een uitdaging.

Openbaar vervoer
Vanuit onze luxe touringcar, waar ik me stiekem een beetje voor geneer, zien we hele groepen mensen. Ze wachten op een bus die uren later komt. Of niet, want de technische staat van veel bussen is ondermaats. De wachtende passagiers proberen te liften of vangen, als dat niet lukt, uiteindelijk lopend de thuisreis aan.

De tijd staat stil
Nadat Fidel Castro in 1959 aan de macht kwam en de pro-Amerikaanse dictator Batisa van de troon stootte, verbrak Amerika alle banden met het land, wat tot op de dag van vandaag nog van kracht is. De tijd heeft sinds die tijd letterlijk stil gestaan, mede vanwege de Amerikaanse boycot.  De gele M, het Amerikaanse ‘stempel’ bij uitstek, is in Cuba bijna nadrukkelijk afwezig.
De oldtimers die wij zo schattig vinden, zijn bittere noodzaak, aangezien de meeste Cubanen geen (nieuwe) auto mogen importeren. De glorie van wat eens grootse koloniale huizen waren, is vaak vergaan, al weten ze nog steeds te imponeren. Maar let op: daartussen staat opeens een fris geschilderde, felgekleurde woning of een afgebladderde pastel.

Fly and drive
De beste manier om Cuba te verkennen is om een auto te huren in Nederland. Deze staat keurig voor je klaar op het vliegveld. Probeer niet op de bonnefooi met een Cubaanse bus te gaan, want je komt bedrogen uit. Het is wel mogelijk om te reserveren voor een speciale bus (Viazul) die tussen steden rijdt.
Je kunt logeren in een van de vele hotels en resorts die sinds Cuba werd opengesteld voor toeristen als paddenstoelen uit de grond schieten. Amerikaanse hotelketens zul je hier vergeefs zoeken.

Verschillen
In resorts en hotels zul je, behalve het personeel, nauwelijks Cubanen vinden. Het is nog maar sinds kort dat Cubanen mogen overnachten in toeristenhotels. Ze moeten wel in harde valuta betalen. Ook mogen ze auto’s huren en gebruik maken van andere toeristische voorzieningen. Maar dat is slechts voor een handjevol bemiddelde Cubanen weggelegd. Achter de muren van de resorts, hoe paradijselijk ook, merk je weinig van het echte Cuba.

B&B
Wil je Cuba ‘proeven’, logeer dan in een Bed & Breakfast. Kijk wel naar de bordjes op de buitenmuur van zo’n  ‘Casa particular’ want niet elke Cubaan mag zijn huis voor toeristen open stellen. Alleen huizen met een blauw bord hebben toestemming om aan buitenlanders te verhuren. Je betaalt ongeveer 25 convertable pesos p.p.p.n. en in het laagseizoen zelfs minder. Dat laagseizoen duurt van mei tot oktober. Houd dan wel rekening met meer regen.

Leuzen
Opvallend zijn de grote borden langs de weg met socialistische leuzen. Ze verheerlijken de staat, roepen op tot bewustwording of brengen eer aan helden van weleer.

Natuur
Cuba heeft een ongelooflijk mooie natuur. Als je, zoals wij, vanuit Havanna door het Westen van Cuba rijdt, kom je totaal verschillende landschappen tegen. Uitgestrekte (tabaks) plantages, dichte bossen maar ook de woeste schoonheid van rotsformaties in het verder vlakke land.
Vooral de krijtrotsen in het Viñales in de westelijke provincie Pinar del Rio zijn spectaculair. Stop dan ook even bij de ‘prehistorische’ murales (muurschildering), geschilderd in de vijftiger jaren. Op een enorm grote rotswand is de evolutie van de mens, volgens Darwin, geschilderd.

Nu is de tijd
Sinds Cuba is opengesteld voor toerisme zien de Cubanen hoe mensen in andere delen van de wereld leven. Toeristen hebben meer vrijheden dan de Cubanen, en dat leidt tot ongelijkheid. Bovendien hebben ze een duaal systeem, pesos voor de Cubanen en convertable pesos voor de toeristen.

Sinds de broer van Fidel aan de macht is, zijn al veel dingen versoepeld. Maar naarmate Cuba meer toeristisch wordt, zullen ook veel elementen, die dit Latijns- Amerikaanse land zo karakteristiek maken, uiteindelijk verdwijnen. De vooruitgang houd je uiteindelijk niet tegen, en er wordt al druk gespeculeerd hoe het Cuba ‘na Castro’ eruit zal zien. Nu, is dus de tijd om het authentieke Cuba te verkennen. Ontdekt door toeristen maar nog niet ‘aangetast’…

0 2870

Opgroeien in de marge

Hoewel veel politici beweren dat armoede in Nederland niet bestaat, Nederland is een van de rijkste landen ter wereld, worden steeds meer kinderen en jongeren geconfronteerd met armoede. In ons land leven 430.000 kinderen en jongeren onder de armoedegrens. Dat is een op de zeven kinderen, ongeveer vier in elke klas. Leven onder de armoedegrens houdt in dat je moet rondkomen van een bedrag dat ligt onder het minimuminkomen dat de regering heeft vastgesteld.  (bron: Erwtensoep in augustus).

We kennen allemaal de radiocommercials van een bekend automerk. Onder het motto: ‘Raak niet in een depressie van de recessie’, laten ze mensen ‘aan het woord’ die ‘arm’ zijn. Zoals de vrouw die vertelt dat ze voor de derde verjaardag van haar dochter de pop inpakt die ze kort daarvoor van Sinterklaas heeft gekregen. Of het jongetje dat naar de slagers in de buurt wordt gestuurd voor plakjes worst zodat ze beleg hebben voor op de boterham. Het klinkt ‘grappig’ maar er zijn echt mensen die onder erbarmelijke omstandigheden moeten leven. En dat in onze rijke verzorgingsstaat. Volgens de werkgroep Arme kant van Nederland/EVA, heeft armoede verschillende gezichten. ‘In elk tijdperk en in elk land ziet armoede er anders uit. Armoede betekent in Nederland vooral dat mensen niet volwaardig kunnen meedraaien in de maatschappij. Er is geen geld om goed en gezond te kunnen eten, om er netjes bij te lopen of af en toe iets leuks te doen.’

Feit
Even wat feiten op een rij. Honderdzestigduizend huishoudens hebben geen geld voor telefoon of verwarming. Ruim drieënveertigduizend huishoudens kunnen niet elke dag een warme maaltijd op tafel zetten. In zeker tweeëntwintigduizend huishoudens is er te weinig eten. Hen lukt het niet om elke dag drie maaltijden op tafel te zetten. Tussen de 5 en 10% van de Nederlandse huishoudens wordt als arm beschouwd, een cijfer dat de afgelopen 10 jaar verdubbeld is.

Toegegeven, armoede in Nederland is niet te vergelijken met armoede in de Derde Wereld. Niemand in Nederland hoeft echt om te komen van de honger, maar het betekent wel dat je steeds moet kiezen en bepalen wat je kunt en wat je moet laten. Dat niets vanzelfsprekend is.
Armoede gaat verder dan financiële armoede. Zoals de werkgroep Arme kant van Nederland ook stelt: ‘Armoede beïnvloedt essentiële zaken als gezondheid, sociale contacten en de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Een goede gezondheid en een goed functionerend sociaal netwerk is voor een deel met geld te kopen.’

Beleidsmatige definitie van armoede
Beleidsmakers en onderzoekers kijken naar het sociaal minimum en nemen de bijstandsnorm als uitgangspunt. Als je 105% van het minimum binnenkrijgt of minder, dan ben je arm volgens de beleidsmatige definitie. Het percentage huishoudens onder de armoedegrens hangt vaak samen met het economisch tij. De afgelopen jaren zijn de verschillen tussen arm en rijk toegenomen en is de armoede gegroeid: bijna zevenhonderdduizend huishoudens moeten rondkomen van een inkomen op of rond het minimum, maar liefst vierhonderddertigduizend kinderen groeien op in armoede. Een derde van de gezinnen met een laag inkomen heeft schulden. De uitkeringen zijn bevroren en de huren verhoogd. Tegelijkertijd worden mensen geconfronteerd met een lagere huurtoeslag, de zorgverzekering wordt steeds meer uitgekleed en er wordt stevig bezuinigd op de bijzondere bijstand. Deze maatregelen hebben ervoor gezorgd dat de mensen op of rond het minimum keer op keer moeten inleveren.

In 2002 vonden er 5310 huisuitzettingen plaats ten gevolge van huurachterstanden. In 2003 waren dat er 7166 en in 2004 was het aantal gestegen tot 8400. Het aantal huishoudens met problematische schulden wordt geschat op meer dan 200.000. Het aantal dak- en thuislozen en het aantal mensen dat aangeduid wordt als ‘verkommerden en verloederden’ neemt toe. Er komen steeds meer mensen in onze samenleving die sociaal uitgesloten worden. (bron: Manifest, Sociale Alliantie).
Saillant detail: het aantal miljonairs in Nederland is sterk gegroeid naar meer dan honderdduizend.

Werkende armen
Bij armoede gaat het echt niet alleen om uitkeringsgerechtigden. Het is schrijnend te weten dat de armoede ook zichtbaar is onder een steeds grotere groep werkende armen. Vrouwen en dan met name alleenstaande moeders met minderjarige kinderen, zijn vaker armer dan mannen. Ruim een derde van de vrouwen met een eenoudergezin zit volgens de Armoedemonitor onder de lage inkomensgrens. Dit heeft te maken met het feit dat vrouwen minder vaak economisch zelfstandig zijn dan mannen. Slechts twee op de vijf vrouwen in ons land is economisch zelfstandig. Het meest kwetsbaar voor armoede zijn daarnaast mensen met een bijstandsuitkering en niet-westerse allochtonen.
Nederland telt 175.000 werkende armen in een baan van ten minste 24 uur per week. Saillant detail: zes op de tien werkende armen is aan de slag als zelfstandig ondernemer. De meeste werkende armen kunnen ook moeilijk hun inkomenspositie verbeteren door meer te gaan werken, want 138.000 hebben al een volledige baan.

Handige rekensom
Armoedecijfers verschillen met de gekozen definitie. Door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is onlangs een nieuwe methode gelanceerd om armoede te meten. Volgens het SCP is armoede het niet kunnen voorzien in de basisbehoeften, zoals wonen, voedsel en kleding. Dus: welk inkomen moet iemand minimaal hebben om rond te kunnen komen. Deze definitie levert de laagste armoedecijfers op. Volgens de SCP ligt de armoedegrens ver beneden de grens die nu gehanteerd wordt. Dit is overigens bedacht boven de hoofden van de armen zelf, hen is niets gevraagd. Als je mensen vraagt of ze zelf vinden dat hun inkomen voldoende is om rond te komen, krijg je heel andere cijfers. En het feit dat voedselbanken de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond schieten, lijkt deze inzichten te staven.  Toch zijn  volgens de nieuwe SCP definitie niet langer 10% van de huishoudens in Nederland arm, maar slechts 3,6% of hooguit 6,4%.  Eureka, armoedeprobleem voor een groot deel opgelost! In werkelijkheid kunnen de armen niet rondkomen van het sociaal minimum dat ver boven de nieuwe armoedegrens ligt. Er is immers niets veranderd, alleen wat gegoocheld met cijfers.

Kinderen en armoede
Wat betekent het voor kinderen en jongeren om arm te zijn? Als je opgroeit in armoede heb je minder kansen op een goede toekomst. Kinderen kunnen niet meedoen met alledaagse dingen waar je, als je voldoende geld hebt vaak niet eens bij stil staat. Je neemt je kinderen mee op vakantie, ze krijgen mooie cadeaus ‘van’ Sinterklaas, gaan naar een feestje of naar de film of zijn lid van een sportvereniging. Maar voor sommige mensen zijn die zaken helemaal niet vanzelfsprekend. Ze gaan met honger naar bed, hun kinderen lopen rond in tweedehands kleren en vaak kan in de winter niet eens de verwarming aan. Hoe beleven kinderen hun armoede. Schamen zij zich ervoor? Kees Opmeer tekende indringende verhalen op van kinderen in armoede: Erwtensoep in Augustus.

De maag van Michel rammelt zo luid dat zijn moeder het hoort. ‘We hebben alleen nog brood voor morgenochtend’, zegt ze. ‘Water drinken helpt ook’, antwoordt Michel.

Van een ander kind noteert Opmeer:

Bennie wilde zijn lange broek niet uittrekken voor de gymles. Op het laatst werd de meester zo boos dat hij zelf Bennies broek naar beneden trok. Bennie begon te huilen. Hij had geen onderbroek aan. Hij had er maar twee en die zaten allebei in de was.

Modern beleid
Als samenleving en overheid zou je je verantwoordelijkheid moeten nemen en zorgen dat alle kinderen en jongeren de zelfde kansen krijgen, ongeachte hun financiële situatie.
Het moderne beleid is echter gestoeld op deregulering en privatisering. Dat geldt ook voor de sociale zekerheid. Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft de overheid alleen maar ingegrepen in de hoogte en de duur van de uitkeringen.  Daar komt nog de doelstelling van volumebeperking en de toenemende privatisering van de sociale zekerheid bij en zo is het niet eens zo raar dat in ons rijke Nederland (te) veel mensen wonen die de eindjes nauwelijks aan elkaar kunnen knopen.

Sociaal kapitaal
Wat we ons misschien niet altijd realiseren is dat veel armen wel degelijk hard werken. Ze zorgen. Ze werken aan de opbouw en uitbouw van hun sociaal kapitaal en dat is minstens zo belangrijk. Niet alleen voor de betrokken mensen maar ook voor de sociale samenhang in de samenleving.  Er zou meer aandacht moeten zijn voor vrijwilligerswerk, mensen die mantelzorg (moeten) verrichten of kinderen (moeten) verzorgen. Misschien dat het werk is dat volgens ‘onze’ maatstaven op het eerste gezicht economisch niets ‘opbrengt’. Maar dat is een verkeerde gedachtegang. Wat we vergeten is dat dit soort werk (lees zorg) door een hoog sociaal rendement wel degelijk lonend is voor de samenleving.  Zonder mantelzorgers zouden de (zorg)kosten bijvoorbeeld veel hoger zijn. Zou het niet mooi zijn dat bijdragen aan sociaal kapitaal wordt beloond en mensen uit armoede helpt. Misschien dat we ooit zullen inzien dat sociaal kapitaal van kapitaal belang is.

Streamers:
1.    Armoede beïnvloedt essentiële zaken als gezondheid, sociale contacten en de opvoeding en ontwikkeling van kinderen.
2.    Als samenleving en overheid zou je je verantwoordelijkheid moeten nemen en zorgen dat alle kinderen en jongeren de zelfde kansen krijgen, ongeachte hun financiële situatie.
3.    Misschien dat we ooit zullen inzien dat sociaal kapitaal van kapitaal belang is.

©Mariël van den Donk
(Gepubliceerd in FNV Vrouw Magazine, 2009)

0 1244

In juni 2008 werd Joan de Zwart, burgemeester van Blaricum, geïnstalleerd als lid van het DB van het Gewest Gooi & Vechtstreek, verantwoordelijk voor GGD, GHOR en RAV en daarmee voorzitter van Portefeuillehoudersoverleg Gezondheidszorg. De afgelopen jaren waren zeker niet de makkelijkste jaren in de openbare gezondheidszorg met name door de grote en belangrijke bezuinigingsopgaven waar men zich voor gesteld zag. Ook de rol van de GGD is veranderd van aanbodgericht naar vraaggerichte kennisondersteuning en uitvoering. Hoewel regionaal georganiseerd, is de GGD de uitvoerende organisatie van het lokale (gemeentelijke) gezondheidsbeleid. De relatie met de gemeente is immers de basis voor het bestaan van elke GGD.

Voor Joan de Zwart is de samenwerking met de Gemeentelijke Gezondheidsdienst vanzelfsprekend. ‘Je zou kunnen zeggen dat we vergroeid zijn met elkaar in de afgelopen vier jaar. Ik zie de GGD niet los van mij, maar als een vast en belangrijk onderdeel van mijn werkzaamheden. De contacten met Ans en de verschillende MT-leden zijn heel intensief en we weten elkaar zo nodig overal te vinden.’

Veranderende rol
Hoe staat Joan de Zwart tegenover de veranderende rol van de GGD? ‘Door de decentralisaties krijgen gemeenten er zorgtaken bij die ook consequenties voor de GGD’en zullen hebben, maar in de basis is er naar mijn mening niet veel veranderd. De GGD blijft een belangrijke spin in het web. Regionale samenwerking tussen gemeenten en het gezamenlijk in stand houden van een GGD is wenselijk en logisch, omdat de uitvoering van publieke gezondheidszorg ook de inzet vraagt van diverse professionals. En die specialisten vind je binnen de GGD. Daarom is samenwerking en verbinding zo belangrijk. Wat daarnaast soms wordt vergeten is dat de GGD van de gemeenten is. Het is geen externe partij. De kracht van gemeenten én GGD’en op het terrein van publieke gezondheid ligt vooral op het inspelen op lokale behoeften.
Als  gemeente wil je kosten besparen. Daarom wordt preventie steeds belangrijker en leggen gemeenten daar steeds meer de focus op. Om met een cliché te spreken: voorkomen is beter dan genezen. Daarnaast speelt het sociale aspect uiteraard ook een rol. Je wil dat je burgers gelukkig en gezond zijn. Hoe kunnen we gezamenlijk voorkomen dat bijvoorbeeld kinderen te dik worden, dat ze beginnen met roken, dat er (te jong) overmatig wordt gedronken of dat ouderen vereenzamen. Het zijn belangrijke aandachtspunten. Daarin vormt de GGD een belangrijke partner. Niet alleen vanwege de kennis en ervaring maar ook door haar netwerk. De GGD kent de wijk, de doelgroepen en de instanties. Gemeenten kunnen daar hun voordeel mee doen.’

Participatie
In de relatie tussen overheid en burgers wordt er steeds meer gesproken over eigen verantwoordelijkheid. Maar waar eindigt de verantwoordelijkheid van de overheid (de gemeente in dit geval) en waar begint die van de burger en vice versa. ‘We zitten in de transitie van een verzorgingsmaatschappij naar een participatiemaatschappij. Dat is niet per se slecht. Als maatschappij moeten we oog en zorg voor elkaar hebben. Maar niet iedereen heeft een vangnet of een achterban, niet iedereen kan zorg geven en ontvangen op deze manier. We moeten ervoor zorgen dat er geen mensen tussen de wal en het schip vallen. 10% -15% van de inwoners redt het nauwelijks of niet. Voor deze mensen moeten er voorzieningen blijven.
Een van de uitgangspunten bij alle decentralisaties in onze regio is één gezin, één plan, één regisseur. Het is goed dat gemeenten zelf aan het roer staan en daar vorm aan geven. Omdat de meeste voorzieningen voor gezinnen en jongeren straks onder de gemeente vallen, kunnen de verschillende vormen van zorg, hulpverlening en andere voorzieningen beter op elkaar afgestemd worden en ook dichter in de buurt van de betrokkenen worden aangeboden, dat is de achterliggende gedachte van de transitie. Gemeenten staan als eerste overheid dicht bij de burger. Zij zijn dan ook als geen ander in staat die veranderingen in het sociale domein vorm te geven. Het lokale maatwerk start vooraf en in beleid en uitvoering blijft de GGD belangrijk als ketenpartner.  De komende twee jaar zullen wat betreft de nieuwe rol van de GGD binnen het sociaal domein heel spannend worden.’

Ontwikkelingen
‘Wat dat betreft is er veel veranderd sinds Ans Engelsman begon als directeur van de GGD Gooi & Vechtstreek. De ontwikkelingen die zij de afgelopen tijd heeft meegemaakt zijn gigantisch. Wellicht hebben de veranderingen ook anders uitgepakt dan de toekomst zoals zij die destijds voor ogen had. Ik vind het bewonderenswaardig hoe soepel en flexibel zij daarin meebeweegt en met vertrouwen naar die toekomst blijft kijken. Ze heeft het de afgelopen jaren zeker niet gemakkelijk gehad met de koerswijziging en bezuiniging op bezuiniging.
Als iemand met een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor het wel en wee van onze inwoners, was het soms confronterend voor haar om de kanteling van de verzorgingsmaatschappij naar participatiemaatschappij vorm te geven binnen de GGD-organisatie.’

Samenwerking
‘De samenwerking met Ans is vanaf het begin, net als met mijn voorganger Don Bijl goed en intensief geweest. Ze is een warme persoonlijkheid en altijd erg betrokken bij haar werk en haar medewerkers. Daarnaast heeft ze de gave om mensen met elkaar te verbinden.  De GGD Gooi en Vechtstreek is toch haar ‘kindje’ als ik het zo mag zeggen, en ik kan me voorstellen dat ze het stiekem ook best moeilijk vindt om dat los te laten.’

©Mariël van den Donk
(Gepubliceerd in Uit Voorzorg, Nieuwsbrief GGD Gooi- En Vechtstreek)

0 1772

Er was eens een land waar iedereen wilde wonen. Waarom? Omdat het er mooi was en schoon. Omdat iedereen aardig was voor elkaar. Man tegen vrouw, jong tegen oud, wit tegen gekleurd, rijk tegen rijk. Want arme mensen bestonden namelijk niet. Niet dat iedereen een miljoen op de bank had, maar als je gezond en gelukkig bent, dan ben je een rijk mens.

Er was genoeg voedsel en drinken voor iedereen. Honger en dorst bestonden niet. Het klimaat werd niet beïnvloed door uitlaatgassen en andere uitstoot. De seizoenen waren uitgesproken aanwezig. De winter was zoals een winter hoort te zijn met knisperend ijs en zachte sneeuwvlokken. En de zomer was licht en vrolijk met zon in overvloed. Dit perfecte klimaat zorgde ervoor dat geen oogst nog ooit mislukte, de natuur was in balans.

De rivieren waren schoon, de mensen waren oplettend geen rotzooi in het water te gooien. Het afval werd keurig gescheiden en opgehaald en vervolgens gescheiden gehouden en niet op een grote hoop gegooid.
Het land had twee leiders: een man en een vrouw. Beiden hadden ze sterke punten die ervoor zorgden dat ze elkaar op een perfecte manier aanvulden. Mannen stonden niet boven vrouwen, vrouwen stonden niet onder mannen. Ze stonden naast elkaar: samen sterk.

De samenleving had behoefte aan een evenwicht in vrouwelijke en mannelijke energie. Het is immers bekend dat als je een gemengde leiding hebt, waarin man en vrouw evenveel te zeggen hebben, er betere prestaties worden geleverd. Dat mensen op een goede manier  worden gemotiveerd en geïnspireerd omdat er een fijne balans is tussen mannelijke en vrouwelijke inbreng.
De man en de vrouw haalden elkaars sterke punten naar boven en maakten er gebruik van.  De leiders waren daadkrachtig, doelgericht en hadden visie. Ze hadden een passie voor hun werk in het land en wisten dit op hun medewerkers en de mensen in de maatschappij, over te brengen. C’est le ton qui fait la musique was het motto. Het is de manier waarop je iets brengt die belangrijk is. Met respect, luisterend naar de ander en met oog voor hem of haar. Niemand was belangrijker dan de ander, iedereen had een stem. Een stem waar naar geluisterd werd.

Er was goed onderwijs voor iedereen die dat wilde. Kinderen werden liefdevol opgevangen in de samenleving zodat mannen én vrouwen zich konden ontplooien. Geen druk, geen negatieve energie, geen afbreken, geen onverzettelijke ego’s maar vrijheid, positieve energie, opbouwende woorden en gezond altruïsme.

In 1849 sprak Victor Hugo in zijn door oorlogen verscheurd werelddeel de legendarische woorden uit: “Eens zullen alle naties van dit continent, zonder hun kenmerkende eigenschappen of hun roemrijke eigenheid te verliezen, versmelten tot een hogere eenheid en zo de Europese broederschap vormen. Eens zullen uitwisselingen van ideeën de enige veldslagen zijn. Eens zullen kogels en bommen plaatsmaken voor stembiljetten.”

In het land waar iedereen wilde wonen, was er geen plaats voor conflict, laat staan voor oorlog. Natuurlijk waren er discussies, soms zelfs heel verhitte debatten, maar iedereen was eerlijk, keek elkaar recht in de ogen en respecteerde elkaars mening. Het streven was altijd om tot elkaar te komen. En dat je daarbij soms wat water bij de wijn moest doen, vond niemand erg.

Er was geen plek voor vooroordeel, racisme, homofobie, ongelijkheid, seksisme of welke vorm van onderdrukking dan ook. Mensen stonden open voor elkaar, wilden alles weten van elkaars cultuur. Kleur bestond niet, in hun ogen was iedereen gelijk en daarbij maakte het niet uit hoe je er aan het buitenkantje uit zag. Wat telde was wat je liet zien als mens. Hoe jij in het leven stond, je gedroeg naar anderen toe. In hoeverre je klaar stond voor een ander en deelde wanneer nodig. Je was samen met de persoon waar je van hield en niemand die je erop aan keek, als het iemand van de zelfde sekse was of een ander ras of misschien wel beide tegelijkertijd. Liefde kent geen verschil, het is een emotie die je voelt voor een ander, wat je compleet maakt.

Er was geen ruimte voor diefstal en corruptie want niemand vond het belangrijk om meer te hebben dan een ander. Hebzucht was niet meer dan een woord uit een oud woordenboek. Macht was iets dat je deelde. Natuurlijk, er was leiding, er waren regels maar die waren gezamenlijk opgesteld en niet opgelegd en niemand had problemen ernaar te leven.

Er was meer dan genoeg te koop in de winkels die ruim en licht waren. De werkomstandigheden waren perfect. Mensen betaalden een redelijke prijs voor producten, arbeiders kregen een goed salaris en kinderen mochten kind zijn. Van kinderarbeid had nog nooit iemand gehoord. Noch van mishandeling. Een flinke ruzie op zijn tijd was gezond, maar niemand die boos bleef en zeker niemand die er meer in zag dan een woordenwisseling waarin alle partijen konden zeggen wat ze op hun lever hadden.
Iedereen mocht zichzelf zijn ook al was dat ‘anders’ dan anderen. Niemand werd gepest , elk mens was waardevol.
In het land waar iedereen wilde wonen was niemand perfect of volmaakt. Maar gelukkig accepteerde men dat. Van zichzelf en van elkaar…

©Mariël van den Donk
(Gepubliceerd in FNV Vrouw Magazine, 2012)

0 4289

“Je milieu en financiën mogen geen belemmering zijn om je te kunnen ontwikkelen”

Gerdi Verbeet is een combinatie van een levensgenieter maar toch ook een heel serieus mens. ‘Ik wil van mijn leven wel iets maken’, aldus de voormalige Kamervoorzitter. ‘Ik doe niets wat ik niet de moeite waard vind. Mijn moeder zei altijd: “je moet aan het stuur zitten van je eigen leven”. En dus luister ik goed naar mijn eigen gevoel.’

Als ik aanbel bij het appartement van Gerdi Verbeet word ik nieuwsgierig door het onderraam bekeken door een guitig kinderhoofdje. Vandaag is de oppasdag van oma en dus bevind ik me even later in goed gezelschap van twee spontane meiden die af en toe gezellig komen keuvelen. Gerdi Verbeet is een apetrotse oma die overduidelijk geniet van haar oppasdag.

Sterke vrouwen
Gerdi wist van jongs af aan dat ze in de politiek wilde. ‘We hadden net televisie. In die tijd zag ik een aantal sterke vrouwen op televisie waar ik grote bewondering voor had. Vrouwen zoals Gerda Brautigam (een Nederlands journaliste en PVDA-politica, red.) Zij hield zich bezig met consumentenbeleid. Begin jaren zestig werd ze ook bekend door medewerking aan het radiospelletje:  “Het hangt aan de muur en het tikt”. Zij inspireerde mij, maar ik had geen flauw idee hoe je in de politiek komt. Mijn ouders waren beiden lid van de PVDA, maar niet actief.’

Verbeet ging net als haar ouders het onderwijs in. ‘Pas op latere leeftijd deed zich de kans voor de politiek in te gaan. Ik leerde Tineke Netelenbos kennen in een werkgroep onderwijs van de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Zij vroeg me toen ze staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen werd, om haar politiek adviseur te worden. Ik had niet veel tijd nodig om een besluit te nemen. ’ Waar jeukten haar handen van om het aan te pakken? ‘Ik kom uit een traditioneel sociaaldemocratisch nest. Mijn ouders waren beiden werkzaam in het onderwijs. Ze hebben me altijd voorgehouden dat ik alles kon worden wat ik wilde, als ik maar hard genoeg werkte. Ze stimuleerden me om me te ontplooien, mijn talenten te gebruiken. Iedereen moet kunnen studeren;  je milieu en financiën mogen geen belemmering zijn om je te kunnen ontwikkelen. Ik vond het belangrijk dat iedereen de kans kreeg zijn of haar talenten te gebruiken. Het was in de tijd dat wiskunde onderwijs, dat erg gericht was op jongens, aantrekkelijker moest worden voor meisjes met de campagne Kies Exact.’

Wapenfeit
Op 19 september 2012 verliet Gerdi Verbeet de politiek, na zes jaar Kamervoorzitterschap. Waar is ze het meest trots op? ‘Ik wilde politiek toegankelijker maken voor het publiek zodat mensen het langer dan een kwartier konden volhouden om naar een debat te luisteren en het te begrijpen. Ik wilde dat burgers naar het parlement zouden kijken en denken, dat is van ons. Democratie is een groot goed. Maar politici kunnen het niet alleen, het is een coproductie met de burgers.’ Waar ze ook onverbiddelijk in was, was de eis om op de bal te spelen en niet op de man. ‘Ik vergeleek mijn rol wel eens met die van een scheidsrechter op het voetbalveld.’
Frustraties kende ze ook. ‘Er zijn momenten dat ik het gevoel had dat men in een debat onvoldoende helder naar boven kreeg, wat er speelde. Zoals bij het debat over de missie Uruzgan, waar de partijen intern tot op het bot verdeeld waren. Ik vond het verschrikkelijk, de politiek bewijst zichzelf hier geen dienst mee.’

Vrouwen aan de top
Er zijn nog steeds te weinig vrouwen in hoge posities en ook in de politiek mogen er zichtbaar meer vrouwen in de top meedraaien. Gerdi Verbeet:  ‘Ik was de tweede vrouwelijke Kamervoorzitter. Wat ik belangrijk vind in de Kamer is een mooie balans. Mannen en vrouwen zijn verschillend en dat is positief. Daardoor vul je elkaar goed aan. Ik denk dat het de besluitvorming ten goede komt als een groep zo veel mogelijk van elkaar verschilt en dat ook viert. Ik geloof in het principe: “Wisdom of the crowds”.  Jong, oud, nieuwkomer, autochtoon, stad, platteland, man, vrouw; een goede afspiegeling van de maatschappij bevordert de kwaliteit van de besluiten in de politiek. Het is natuurlijk vreemd dat we nog nooit een vrouwelijke Minister-president hebben gehad. Vrouwen zijn net zo hoog opgeleid als mannen. Ze moeten er zelf meer voor knokken en dat kost tijd. Ze moeten ook accepteren dat het feit dat zij een felbegeerde plek innemen af en toe bij de ander boosheid of verdriet oproept. Voor schaarse plekken moet je soms de ‘strijd’ aangaan en er  niet over piekeren of je wel of niet ‘aardig’ gevonden wordt.’ Ze peinst even: ‘Ik denk echt dat het anders was gelopen met het huidige regeringsakkoord als er een aantal vrouwen aan de onderhandelingstafel hadden gezeten.

Zelf realiseerde Gerdi Verbeet zich later pas, dat haar geëmancipeerde situatie thuis niet voor iedereen vanzelfsprekend was.  ‘Ik had altijd een fulltime werkende moeder die zich volstrekt gelijk voelde aan mijn vader. Zo ben ik ook opgevoed, dus ik vond het heel logisch dat vrouwen net zo goed carrière konden maken als mannen. Maar zo vanzelfsprekend bleek het niet. Het is natuurlijk ook zo dat vrouwelijke ambtenaren tot 1956 automatisch werden ontslagen na hun huwelijk. En in 1974 (!), mijn zoon was net geboren, zat ik bij een makelaar om het huurcontract voor ons huis te tekenen. Ik zat de hele ochtend op dat kantoor maar ik mocht niet tekenen, dat moest mijn man doen.’

Blijf jezelf ontwikkelen
Veel vrouwen zetten hun carrière ‘on hold’ als de kinderen komen. Verbeet: ‘Ik denk dat je jezelf altijd moet blijven ontwikkelen, dat ben je aan jezelf verplicht. Toen de kinderen klein waren, was ik ook bij ze thuis, maar ik studeerde. Persoonlijk ben ik een groot voorstander van jong kinderen krijgen. Ik was 22 toen ik mijn eerste kreeg. Ik zie het als een ‘sabbatical’ vooraf. Als opvoeder van jonge kinderen leer je jezelf pas goed kennen. Toen ik 30 was en de kinderen op de basisschool zaten, ging ik fulltime werken. Mijn moeder paste tussen de middag op en na school ving Monique, een oud-leerling van mij, ze op. In die tijd had je nog geen overblijf of naschoolse opvang. De beide grootouders vonden het heerlijk om de kleinkinderen bij zich te hebben. Net zoals ik nu met volle teugen geniet van mijn oppastijd met de kleinkinderen.’

Rol van de Vrouwenbond
Gerdi Verbeet ziet zeker nog een rol weggelegd voor de Vrouwenbond. ‘De Vrouwenbond is vooral een belangrijk adviseur in de combinatie van zorg en arbeid. Veel vrouwen kijken niet naar het langetermijneffect, het effect op hun pensioen, als ze stoppen met werken of fors terug gaan in uren. Stel dat je gaat scheiden of weduwe wordt. Dan val je enorm in inkomen terug als je het niet goed hebt geregeld. We moeten beter  uitleggen hoe belangrijk het is om aan je financiële toekomst te denken. Het aantal vrouwen in armoede is groot. Ik vind het essentieel dat daar meer aandacht voor komt. Een belangrijke reden waarom ik destijds lid ben geworden van de Vrouwenbond.

Kinderopvang en zorgverlof, nog twee belangrijke punten. Als je het niet goed regelt, komt het op de schouders van vrouwen terecht. Maar het moet ook voor mannen goed geregeld zijn dat ze zorgverlof kunnen opnemen. Gelukkig zie je dat steeds meer mannen bij hun  kinderen betrokken willen zijn en die tijd ook opeisen. Hans Wijers (voormalig politicus, D’66, red.) was de eerste die openlijk zei dat hij een vergadering niet bij kon wonen omdat zijn kind zijn verjaardag vierde. Hij heeft een hoop hobbels weggenomen voor andere mannen die konden zien dat een gerespecteerde, succesvolle man het vaderschap een belangrijk onderdeel van het leven vond. Dat heeft meer effect dan een wet.’

Is er nog leven na de Kamer
Op 19 september nam Gerdi Verbeet afscheid van de politiek. ‘In zit nu in een fase dat ik opnieuw keuzes moet maken. Net als iedereen heb ik sollicitatieplicht. Ik wil werk dat bij mij past en waar ik mijn ervaring in kwijt kan. Volg je hart, zei mijn moeder altijd. Ik ben gevraagd om voorzitter van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) te worden en dat is een uitdaging die ik graag aan ga.’
Hoe zit het met dromen en idealen? ‘Toen ik voorzitter werd van de Kamer, heb ik mijn huidige partner ontmoet. Ik vind het heerlijk tijd met hem door te brengen, elkaars dromen waar te maken en bijvoorbeeld te reizen.  Of een keer met  mijn kleinkinderen naar Parijs te gaan. Daar verheug ik me echt op. Het Kamervoorzitterschap was fantastisch maar ook behoorlijk uitputtend. Het is fijn om nu meer tijd en mogelijkheden te hebben voor de mensen  die mijn hart hebben.’

Er wordt wel eens gezegd dat vrouwen veel te bescheiden zijn over hun eigen kunnen. Gerdi Verbeet lacht: ‘Ik heb veel verschillende sollicitatiegesprekken gevoerd. Mannen zeggen dat ze ervaring hebben als ze iets een keer gedaan hebben, vrouwen zeggen dat ze het nog maar één keer hebben gedaan. Wat werkende moeders vaak vergeten is dat ervaring in het huishouden en als moeder ook telt. Je krijgt ontzettend veel coördinerende kwaliteiten en organisatievaardigheden als je een huishouden runt en voor je kinderen zorgt. Ze mogen zich er best bewuster van zijn wat een prestatie dat is en hoeveel planning erbij komt kijken. Modern leiderschap is dienend leiderschap en een optelsom van alle prestaties van je medewerkers. Zo is het ook in een gezin. Je zorgt dat je omstandigheden creëert waardoor je kinderen in harmonie opgroeien. Dat is knap, realiseer je dat!’

©Mariël van den Donk
(Gepubliceerd in FNV Vrouw Magazine, 2012)

0 3000

Catwalk for cancer zet jonge vrouwen (weer) in hun kracht…

Het is een druilerige zondag, maar in de grote fotostudio, schijnt het licht uitbundig over de aanwezigen.  Vijf ‘stoere’ meiden en een batterij aan visagisten, stylisten, coaches, trainers en andere modeprofessionals bereiden zich voor op de aankomende fotosessie. De sfeer is ontspannen bij deze Catwalk for Cancer dag. Een dag, bedoeld om jonge meiden (weer) in hun kracht te zetten en te laten zien, hoe mooi ze zijn, ondanks de ziekte die ze hebben overwonnen of waar ze nog  voor worden behandeld.

Catwalk for Cancer werd 1,5 jaar geleden opgericht door drie vrouwen, Anne Marie Ligthart, Jolanda Klein Heerenbrink en Kim Vos.  Alle drie hadden ze in hun omgeving met kanker te maken gehad en ze wisten uit ervaring hoe het je leven op zijn kop zet. Maar ook, hoe het je zelfbeeld aantast en je gevoel van eigenwaarde en schoonheid.  En dat, terwijl je zoveel kracht in je hebt. Want het vereist heel veel power om die nare ziekte te lijf te gaan al realiseer je je dat misschien niet.

Oprichting
Anne Marie is al vijftien jaar model. ‘Hoewel ze dol is op haar vak, realiseerde ze zich ook dat het een oppervlakkig en snel wereldje is. ‘Ik zocht naar verdieping. wilde meer doen met mijn netwerk van modeprofessionals, stuk voor stuk fijne mensen. ‘ Op een dag raakte ze aan de praat met een visagist die vrijwillig visagietraining gaf aan jonge kankerpatiënten in ziekenhuizen.  Ze wist toen dat ze hier ‘iets’ mee wilde doen, maar wat dat ‘iets’ was, had ze nog niet helder voor ogen.
Kim geeft al jaren catwalktrainingen en kende Anne Marie dus al wat langer ‘uit het vak’.  Tijdens een catwalktraining in het Parkhuys, een inloophuis voor vrouwen met een levensbedreigende ziekte en hun familie, liep ze Jolanda tegen het lijf, die daar als vrijwilliger werkte.  Jolanda: ‘Ik organiseerde modeshows voor vrouwen met borstkanker.  Daar zag ik ook hoe vrouwen helemaal opbloeiden en straalden op de catwalk. Zich weer op en top vrouw voelde en daardoor een flinke oppepper kregen. Daar wilde ik meer mee doen.’ Tel drie gemotiveerde vrouwen en heel wat brainstormsessies bij elkaar op, en er ontstaat een prachtig initiatief. Uiteindelijk maakten Jolanda en Anne Marie de gang ‘met rode koontjes’ naar de notaris. Anne Marie: ‘Het was onze eerste investering. De stichting was een feit, maar nu begon het pas.’

Schoonheid straalt naar buiten
Ze kozen heel bewust voor jonge vrouwen in de leeftijd van 16 – 35 als doelgroep. ‘Als je zo jong bent, dan denk je dat je de enige bent. Het ene moment sta je nog bruisend in het leven, vol toekomstplannen, het volgende moment word je geconfronteerd met een nare ziekte. Je uiterlijk verandert, je voelt je niet meer wie je was. En dat, terwijl je nog zo veel kracht en schoonheid in je hebt.’ Op een Catwalk for Cancer dag staat deze unieke schoonheid en het naar buiten brengen daarvan centraal. Anne Marie: ‘Wij geven ze tips en truuks om jezelf weer op te peppen.’ Jolanda: ‘ Het zijn zulke prachtige meiden. Als ze in de ochtend binnen komen is iedereen nog wat onwennig, maar in de loop van de dag, groeien de meiden echt naar elkaar toe.’  ‘De eerste dag die we organiseerden, bracht zo veel meer dan we hadden verwacht’, vertelt Anne Marie.  ‘Je zag de vrouwen gewoon opbloeien, nieuwe energie krijgen, de verwondering en blijdschap als ze in de spiegel kijken en zich realiseren dat het toch echt hun eigen spiegelbeeld is dat hen daar stralend aanstaart. En ja, er werden heel wat traantjes weggepinkt, ook door ons. Nog steeds, dat verandert niet, ook al hebben we nu al een aantal Catwalk for Cancer dagen gehad.’

Filosofie
De doelstelling en filosofie worden prachtig samengevat op de site van Catwalk for Cancer: ‘Het gaat om vrijheid, kracht en expressie, maar bovenal gaat het om positiviteit. Kweek het vertrouwen dat je jezelf mag laten zien . Tot slot is een waarschuwing op zijn plaats: ‘Beware! Één dag met ons en de kans bestaat dat je;
Nooit meer op dezelfde manier een feestje binnenkomt,
Ineens zonder rode wangen het woord neemt of,
Nooit meer op dezelfde manier over straat zal lopen….’
En het wordt meer dan waar gemaakt.  Van de eerste minuut waarbij de deelneemsters met elkaar kennismaken, tot en met de catwalktraining, het oefenen van de houding, visagie en mooi aankleden, tot en met de lunch en de fotoshoot; alles en iedereen is erop ingesteld de vrouwen in de watten te leggen.

‘Alsof je in een warm bad wordt gedompeld’
Tessa heeft net haar fotoshoot gehad, als ik haar spreek. Een prachtige vrouw; haar ogen schitteren en ze vertelt spontaan over hoe ze alles ervaren heeft. ‘Ik zag een oproepje van Catwalk for Cancer op het forum van Stichting Amazones’ (Een stichting voor en door jonge vrouwen met borstkanker, red.).  Daar werd heel positief gesproken over deze verwendagen en hoe je in de watten wordt gelegd. En zeg nou zelf, het is toch een meisjesdroom. Om mooi opgetut voor de camera te staan.’  Ze had van tevoren geen verwachtingen. ‘Ik vond het al leuk om eindelijk een aantal mensen van het Amazonesforum te ontmoeten. Maar ik schrok toen ik hier aankwam. Zo veel mensen die zich bekommeren om vijf meiden. Dat had ik niet verwacht. Iedereen is zo lief en vriendelijk en behulpzaam. Ik vind het heel waardevol deze grote groep vrijwilligers, het voelt als een warm bad. Het was vanochtend best spannend en onwennig. Zeker toen we het kennismakingsspel moesten spelen. En ook de catwalktraining is fijn. Ik voelde me een klungel en een nitwit maar Kim bleef opbouwend  en positief. Er wordt van alles uit de kast getrokken om je te laten zien dat je nog steeds mooi bent. Ik kan het iedereen aanraden!’

‘Het is één grote egoboost’
Yvonne had al gehoord dat ze een ontzettend leuke dag tegemoet kon zien. ‘Ik kon me er niet echt een voorstelling van maken. Ik keek er wel naar uit om een paar mensen van het Amazonesforum te ontmoeten. Ik droomde er vroeger wel van om ooit op de catwalk te lopen. Ik heb in het verleden wel eens kleine fotosessies gehad voor een reclameblaadje, maar dit is voor het eerst dat ik een professionele fotoshoot meemaak. Je voelt je echt een model.’ Hoewel ze zich eerst wat onwennig voelt, staat ze al snel als een volleerd model te poseren. De camera houdt van haar. Je ziet haar opbloeien en groeien. ‘Ik vond het alleen maar prachtig’,  vertelt ze later. Iedereen is zo lief en houdt rekening met je.’ Over de foto’s waarvan ze er een paar op de laptop van de fotograaf mocht bekijken is ze vol lof. ‘Ik zag eindelijk een beetje van mezelf terug. Ik vond het heel bijzonder om te merken dat ik er nog mooi uit kon zien. Door mijn ziekte heb ik zoveel van mijn uiterlijk moeten inleveren. Ik had nooit gedacht dat ik ooit kort haar zou hebben (laat een foto van zichzelf zien met lang, golvend haar). Deze fotoshoot was een hele grote egoboost. Wat ik zou willen zeggen tegen meiden die nog twijfelen of ze zo’n dag willen meemaken? Gewoon doen! Ik kan me niet voorstellen dat je dit niet leuk vindt!’

Kader
Catwalk for Cancer
Catwalk for Cancer wordt momenteel gerund door model Anne Marie Ligthart en schoonheidsspecialiste Jolanda Klein Heerenbrink. Anne Marie doet de productie van de dag. Ze regelt fotografen, stylisten en visagisten uit haar eigen netwerk. Iedereen werkt mee op vrijwillige basis.
Jolanda doet de intake gesprekken. Niet als selectieproces, maar om te bespreken wat de verwachtingen en wensen zijn en hoe de vrouwen erin staan. Gedurende de dag treedt zij op als coach.
Kim of iemand die door haar is opgeleid, verzorgt de catwalktraining.
Catwalk for Cancer draait op vrijwilligers. Jouw bijdrage wordt enorm op prijs gesteld. Financieel maar ook als vrijwilliger. Bankrekeningnummer: 11.88.43.265 t.a.v. Catwalk for Cancer.
www.catwalkforcancer.nl

0 2691

Hoezo zwakke geslacht? In de loop der tijd zijn er heel wat vrouwen geweest die zich staande hebben weten te houden, hebben overleefd, hebben overwonnen en geschiedenis hebben geschreven. In dit themanummer dat gaat over kracht, overwinnen en overleven, I will survive, belichten we graag een aantal van die sterke vrouwen.

Onze wereldgeschiedenis kent zo veel vrouwen van betekenis dat het maar moeilijk kiezen is. Wie echter zeker moet worden genoemd is Sappho. Er is helaas veel van haar werk verloren gegaan, maar Sappho (-570 BC) was een van de eerste (gepubliceerde) schrijfsters. Sterker nog, de grote Plato himself noemde Sappho een van de tien grote dichters.
Cleopatra, zij leefde van 69 -30 BC, kan natuurlijk niet onvermeld blijven. Zij probeerde Egypte te wapenen tegen de oprukkende Romeinen. Dit deed zij door zich politiek te verbinden met twee van de machtigste leiders van Rome: Marc Anthony en Julius Caesar.

Jeanne d’Arc  (1412-1431) hoort ongetwijfeld in het rijtje thuis. Hoewel ze een eenvoudig boerenmeisje was  uit Domremy, nam ze het voortouw in de slag tegen de Engelsen tijdens de Honderdjarige Oorlog. Haar missie was een verenigd Frankrijk met een door God aangestelde koning. Dit was haar volgens eigen zeggen opgedragen door stemmen van heiligen die haar vertelden het zwaard op te pakken en Frankrijk naar de vrijheid te leiden. Binnen een week had Jeanne samen met haar troepen de stad ontzet. Ze werd veroordeeld als heks tot de brandstapel op 30 mei 1431. In 1920, bijna 500 jaar later, werd Jeanne heilig verklaard door paus Benedictus XV.

Een van mijn favorieten is Harriet Beecher Stowe (1811-1896). Zij streed haar leven lang tegen de slavernij. Haar boek ‘De negerhut van oom Tom’ was een bestseller en hielp in de anti-slavernij campagne en de daarop volgende Amerikaanse burgeroorlog, zoals ook Lincoln zou opmerken.
Niemand kan om Queen Victoria (1819-1901) heen. Ze stond aan het hoofd van een van de grootste imperia ooit, gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw.  Queen Victoria stond symbool voor een periode van preutsheid en strenge normen en waarden.

Natuurlijk moeten we het ook hebben over Florence Nightingale (1820-1910). Zij verzorgde gewonden in de Krimoorlog en veranderde de algehele perceptie ten aanzien van het verpleegvak. Een beroep dat in die tijd niet eens bestond.  Haar niet aflatende toewijding leidde tot een enorme verbetering van de behandeling van gewonde soldaten.
Marie Curie (1867-1934) was de eerste vrouw die een Nobelprijs won en ook nog eens in twee afzonderlijke categorieën. Haar eerste prijs was voor haar onderzoek naar Radio-activiteit (Natuurkunde, 1903) en haar tweede Nobelprijs was voor scheikunde (1911). Een paar jaar later hielp ze ook bij de ontwikkeling van de eerste Röntgenapparaten.

Eleanor Roosevelt (1884-1962) was zo veel meer dan de vrouw van. Ze speelde een belangrijke rol op het gebied van mensenrechten, een onderwerp dat ze haar leven lang zou steunen. Als hoofd van de commissie voor mensenrechten van de Verenigde Naties, hielp ze met het opstellen van de Amerikaanse declaratie van mensenrechten.
Winston Churchill zou hebben gezegd dat Wilhelmina (1880-1962) ‘de enige kerel’ van de Nederlandse regering in oorlogstijd was. Zeker is dat ze een imposante verschijning was. Ze was overtuigd van zichzelf en ze hield ook nog eens 58 jaar stand op de Nederlandse troon, begonnen als kind-koningin. Wilhelmina groeide bij het Nederlandse volk uit tot hét symbool van de bevrijding.

Rosa Parks (1913-2005) weigerde haar zitplaats in de bus af te staan aan een blanke en dat leidde uiteindelijk tot een van belangrijkste wetten op het gebied van burgerrechten in de Amerikaanse geschiedenis, namelijk het afschaffen van rassenscheiding. Naar aanleiding van haar vreedzame actie zette Martin Luther King de Montgomery-busboycot op touw. Dit zorgde ervoor dat het busbedrijf bijna failliet ging. De rechtszaak van Rosa was inmiddels bij het Amerikaanse Hooggerechtshof beland. Het stelde haar in het gelijk, en verklaarde de scheiding tussen blanken en zwarten ongrondwettig.

Margaret Thatcher (1925-), de Ijzeren dame, is zeker niet onomstreden. In 1975 werd ze tot schrik van vriend en vijand benoemd tot nieuwe leider van de Tories en bond ze de strijd aan met het linkse ‘gevaar’ in binnen- en buitenland. Op 4 mei 1979 wordt Thatcher de eerste vrouwelijke premier van Groot-Brittannië.  Ze stelt zich op als een strenge schooljuf die het volk vermanend toespreekt. Iets waar, volgens zeggen, het Britse volk onbewust behoefte aan heeft.  Veel  van haar electorale succes zou ze daaraan te danken hebben, zo wordt gespeculeerd.

Germaine Greer (1939-) is een van de belangrijkste voorvechtsters van het feminisme. Met name haar boek “De vrouw als Eunuch” was een manifest van betekenis voor de feministische beweging. Hierin neemt ze stelling tegen de man als heteroseksuele veroveraar. Maar ze nam ook stelling tegen de vrouw die zich laat overheersen. Ook kiest ze voor de emancipatie van de man, de bevrijding van zijn haast ‘mythische’ last van superioriteitsgevoel.

Het sterke geslacht
En zo  kunnen we nog wel even doorgaan. Want ook Hillary Clinton verdient een plekje in het rijtje opmerkelijk krachtige vrouwen, net als Lady Diana, misschien zelfs Oprah en J.K. Rowling. Allemaal schreven of schrijven ze geschiedenis en veranderden ze de manier waarop we tegen de wereld aankijken. En dat is al een prestatie op zich. Maar laten we vooral nooit meer spreken over het ‘zwakke’ geslacht want deze vrouwen bewijzen moeiteloos het tegendeel…

©Mariël van den Donk

(Gepubliceerd in FNV Vrouw Magazine, 2012)

0 1406

‘Vrouwen hoeven geen minimannetjes te worden…’

Ze komt uit een rood nest, ‘van vaders kant’ maar verder was de rolverdeling in het ouderlijk gezin vrij traditioneel, zo vertelt Esther-Mirjam Sent. Dr. Sent is hoogleraar Economische Theorie en Economisch Beleid aan de Radboud Universiteit Nijmegen en daarnaast ondermeer Eerste Kamerlid namens de PvdA. Ze is voorvechter van economische zelfstandigheid van vrouwen en vindt het onzin dat er ‘geen capabele vrouwen te vinden zijn’ voor topfuncties.

‘Mijn ouders waren erg jong toen ik ter wereld kwam en meer bezig met ‘overleven’ dan carrière maken. Mijn moeder had ‘kleine baantjes’ maar leunde voor de rest financieel op mijn vader. Na hun scheiding vonden ze allebei al snel een andere partner en leefden ze in het zelfde patroon verder. Ik wilde al vroeg de wereld verbeteren, de politiek in. Naar mijn idee was economie een goede basis voor een ‘wereldverbeteraar’. Als je de wetenschap verbetert, dan volgt de wereld vanzelf. Dacht ik. Maar zo eenvoudig was het natuurlijk niet. Toen ik kortgeleden in de Eerste Kamer werd gekozen ging er een meisjesdroom in vervulling. Voor mij stond en staat aandacht voor minderbedeelden en het versterken van sociale veerkracht, centraal.’

Als een van de weinige vrouwelijke hoogleraren, Nederland heeft met een aandeel van 12% de twijfelachtige ‘eer’ wereldwijd gezien in de onderste regionen te bungelen, is ze een groot voorstander van het instellen van quota. ‘In Noorwegen werken ze met quota om meer vrouwen in de top te krijgen en het is bewezen dat de bedrijfsresultaten daardoor zijn verbeterd. We zetten in Nederland stevig in op het stimuleren van meisjes om zich op hun toekomst voor te bereiden door exacte vakken te kiezen en  vervolgens als puntje bij paaltje komt, doen we er niets mee. Bedenk eens hoeveel menselijk kapitaal er wordt vernietigd.’

Cultuurschok
Sent woonde 15 jaar in de Verenigde Staten. ‘In de VS zijn vrouwen carrièrebewust en de maatschappij is ook goed ingericht op werkende koppels. Toen ik terugkwam in Nederland kreeg ik een soort cultuurschok. Er was niets veranderd in de tijd dat ik uit Nederland weg was. Los van het feit dat er in Nederland een salarisverschil is tussen mannen en vrouwen van 8 à 9%, werkt ook anno 2011 ruim 74% van de vrouwen in deeltijd en minder dan de helft (!) is economisch zelfstandig. Het idee dat moeders thuis horen te zijn bij hun kinderen, zit diepgeworteld in onze maatschappij en gaat eeuwen terug.

Feitelijk hebben we het kostwinnersmodel aan de Sociaal Democraten te danken, die vonden dat vrouwen de keus moesten hebben om niet te werken. Dat mocht niet alleen voorbehouden zijn aan de rijken. Helaas zijn we er een beetje ver in doorgeschoten. Daarnaast zijn werkgevers flexibel in het aantal uren dat wordt gewerkt, maar vervolgens is er weinig flexibiliteit ten aanzien van de indeling van werktijden en de werkpleklocatie. Werken 2.0 (thuiswerken) zou veel meer moeten worden gefaciliteerd. De huidige schooltijden zijn volkomen achterhaald en houden geen rekening met werkende ouders. Het zou veel schelen als het normaal zou zijn dat mannen vier dagen werken. Daarom vind ik het initiatief van FNV Jong, Papa Plus, heel goed. (NB. Deze organisatie probeert mannen te stimuleren een papadag te ‘claimen’ en daardoor hun partners kans te geven meer te werken en tegelijkertijd zelf een betere band met hun kinderen op te bouwen, red.).

Poldermodel
Ook hier komt het beruchte poldermodel weer om de hoek kijken. We houden er niet van dingen af te dwingen. Zo gaat het bij de quota-wetgeving voor vrouwen die onlangs in de Eerste Kamer werd aangenomen om streefcijfers. ‘Die weg der geleidelijkheid is een lange. Dan hebben we 30% vrouwen in de Raden van Commissarissen in 2034 en in de Raden van Bestuur in 2077. Je moet positief discrimineren om negatieve discriminatie te compenseren.’

‘We hebben overal gezocht, maar ze zijn niet te vinden, ze zijn niet goed genoeg, of ze willen niet’, is een veelgehoorde uitspraak. Het zijn drogredenen die vlijmscherp aan de kaak worden gesteld in het proefschrift van Dr. Marieke van den Brink getiteld: Hoogleraarbenoemingen in Nederland (m/v), mythen, feiten en aanbevelingen. En deze uitspraak  ‘er zijn geen geschikte vrouwen te vinden’ wordt natuurlijk niet alleen in de universitaire wereld gedaan. Wanneer regelmatig vrouwelijke kandidaten worden afgeschreven als ‘niet goed genoeg’, ligt dat mogelijk aan de gehanteerde criteria die de mannen wel erg op het lijf geschreven zijn, zo stelt van den Brink.

Vrouwenzaak
Sent: ‘ Emancipatie wordt gezien als een vrouwenzaak. Dat er geen geschikte vrouwen te vinden zijn voor topposities, is natuurlijk een kulargument. Vrouwen worden beoordeeld op mannelijke standaarden. De ideale kandidaat is een (mannelijke) kloon. Vrouwen maken de helft uit van het arbeidspotentieel, daar moet je optimaal gebruik van maken. Ze maken het verschil, zorgen voor evenwicht in een organisatie. Pas bij 35% of meer ontstaat er een kritische massa en worden vrouwen niet meer sec als vrouw gezien maar als persoon. Met andere woorden, hun sekse maakt dan niet meer uit.’

Diversiteit
Diversiteit is een bewezen succesfactor en vrouwen maken het verschil, schreef Sent in een artikel als reactie op een documentaire van de VPRO over ‘Islamic Banking’. Deze uitermate succesvolle vorm van bankieren verbiedt het nemen van risico’s en speculeren met lucht. Er zitten veel (Moslim) vrouwen aan de top in de Islamic Banking wereld. ‘Dat is ook meteen het verschil tussen mannen en vrouwen’, aldus Sent. ‘Mannen zijn veel meer geneigd om risico’s te nemen, zijn overtuigder van zichzelf, durven grenzen te zoeken en te overschrijden. Vrouwen zijn behoedzamer, zorgzaam, ze nemen gecalculeerde risico’s. Dat tegenwicht is, zeker in een tijd van economische malaise, broodnodig. Een gezonde balans tussen mannen en vrouwen is de basis voor succes.’

Psychologie
‘De 20ste eeuw was de eeuw waarin aandacht was voor armoede, de 21ste eeuw wordt de eeuw waar ongelijkheid van vrouwen hopelijk succesvol wordt bevochten’, aldus Sent. Maar ook bij vrouwen zelf moet de knop om. ‘Vaak bekijken ze de wereld door een roze bril. Een scheiding overkomt de buurvrouw maar niet henzelf. Dat onrealistisch optimisme zorgt voor een kortetermijndenken. Door economische zelfstandigheid, ben je op elke toekomst voorbereid. Met de toenemende krapte op de arbeidsmarkt, zullen we vrouwen hard nodig hebben. De schooltijden moeten worden aangepast, ik pleit voor meer brede scholen. Ook de openingstijden van publieke voorzieningen moeten worden verruimd. Nogmaals, ik geloof niet in de weg der geleidelijkheid. In 2010 zijn er acht topvrouwen bijgekomen en zes verdwenen. We moeten ophouden kwaliteit te bekijken door een seksebril en wetgeving instellen. In Noorwegen krijg je een boete als onderneming als je je quotum niet haalt. Dat zou in Nederland ook mogen…’

©Mariël van den Donk
(gepubliceerd in FNV Vrouw Magazine, 2011)

Social Buzz